ECLI:NL:CRVB:2011:BP5959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding bijstandsnorm door WW-uitkering en ontbindingsvergoeding
Appellante was werkzaam bij Stichting Ipse en ontving aanvullende bijstand. Na ontbinding van haar arbeidsovereenkomst ontving zij een bruto ontbindingsvergoeding en een WW-uitkering. Het College trok de bijstand in omdat het gezamenlijke inkomen de geldende bijstandsnorm overschreed.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de ontbindingsvergoeding als vermogen moet worden beschouwd en dat het inkomen herberekend moest worden vanwege terugvordering van toeslagen. De Raad oordeelde echter dat de vergoeding als inkomen moet worden aangemerkt en dat het College terecht tot intrekking is overgegaan.
De Raad verwierp ook het betoog dat slechts het verschil tussen het oude loon en de WW-uitkering in aanmerking genomen mocht worden en stelde dat het College voldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het advies van de bezwaarcommissie. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat het gezamenlijke inkomen de bijstandsnorm overschrijdt.