ECLI:NL:CRVB:2011:BP5538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als kwekerijmedewerker, meldde zich ziek met diverse klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Appellant meldde zich later met vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid per 4 november 2008, maar het UWV en de bezwaarverzekeringsarts concludeerden op basis van medische rapporten dat er geen sprake was van een relevante toename.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn psychische en lichamelijke klachten waren toegenomen, onderbouwd met verklaringen van psychologen en een orthopedisch chirurg. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden echter dat de medische rapportages zorgvuldig waren en geen aanwijzingen bevatten voor een verslechtering van de gezondheidstoestand op de ingangsdatum.
De Raad nam mee dat de psychologische klachten pas na de datum in geding significant waren toegenomen en dat de huisarts geen psychische problematiek meldde. Op grond hiervan werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 4 november 2008.