ECLI:NL:CRVB:2011:BP5152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig productiemedewerkster, ontving sinds 2001 een WAO-uitkering vanwege diverse klachten. Na een herbeoordeling in 2008 door verzekeringsarts Van Wettum, die geen depressie meer vaststelde en beperkte polsklachten concludeerde, besloot het UWV in 2009 haar WAO-uitkering in te trekken.
Appellante voerde bezwaar aan tegen deze beslissing, stellende dat haar pols- en psychische klachten werden onderschat. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde echter de eerdere medische beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en wees het beroep verder af, stellende dat de klachten pas na de datum in geding waren gemeld en dat de arbeidskundige functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, onderbouwd met fysiotherapeutische aantekeningen en een behandelplan van de GGZ. De Raad stelde vast dat het hoger beroep zich alleen richtte op de intrekking van de WAO-uitkering en vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De medische en arbeidskundige grondslag voor het besluit bleef voldoende, en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.