ECLI:NL:CRVB:2011:BP5144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag en geen urenbeperking
Appellant, die uitviel vanwege een goedaardige hersentumor en geopereerd werd, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht na de wachttijd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische klachten onvoldoende onderbouwd waren om meer beperkingen aan te nemen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten zoals duizeligheid, moeheid en concentratiestoornissen ernstiger waren dan aangenomen en dat een urenbeperking noodzakelijk was. De Raad volgde dit niet, omdat de bezwaarverzekeringsarts had vastgesteld dat er geen medische noodzaak was voor een urenbeperking en appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd.
De Raad onderschreef de eerdere overwegingen dat de medische grondslag voldoende was en dat de klachten niet zodanig waren dat ze tot een andere beoordeling leidden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen en geen noodzaak voor een urenbeperking.