ECLI:NL:CRVB:2011:BP4888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens vermogen uit schadeloosstelling en te snel interen op vermogen
Appellant ontving in 1996 een schadeloosstelling van DM 300.000,-- vanwege een verkeersongeluk in 1992. In 2004 vroeg hij bijstand aan, maar het College wees dit af omdat zijn vermogen boven de vermogensgrens lag. Appellant stelde dat een deel van de schadeloosstelling (DM 85.000) smartengeld betrof en niet als vermogen moest worden meegeteld, maar leverde geen nieuwe feiten aan.
In 2007 diende appellant opnieuw een bijstandsaanvraag in, die aanvankelijk werd afgewezen wegens vermogen van € 21.888,95. Na bezwaar stelde het College het vermogen vast op € 6.020,18 en kende bijstand toe met ingang van 13 maart 2007, maar verlaagde de uitkering wegens te snel interen op het vermogen met 100% gedurende één maand en 20% gedurende elf maanden.
Appellant voerde aan dat het College ten onrechte geen rekening hield met het smartengeld en dat studiekosten onterecht niet als noodzakelijk werden erkend. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd over het smartengeld en dat het College terecht de interingsmaatregel toepaste. De studiekosten en wereldreizen werden niet als noodzakelijk erkend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.