ECLI:NL:CRVB:2011:BP4848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit van het UWV berust op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep betwist appellant de juistheid van deze beoordeling en verzoekt hij om benoeming van een onafhankelijke deskundige om zijn psychische beperkingen vast te stellen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft echter het oordeel van de rechtbank en het UWV. De door appellant ingebrachte brief van zijn psychiater geeft geen inzicht in zijn psychische toestand op de relevante datum en leidt niet tot twijfel aan het medische oordeel.
De Raad acht de geduide functies passend bij de medische beperkingen van appellant en ziet geen reden tot het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.