ECLI:NL:CRVB:2011:BP4484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaald wachtgeld na verhoging WAO-uitkering
Appellante, partner van een overledene die wachtgeld ontving op grond van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, kreeg te maken met een terugvordering van teveel betaald wachtgeld. Dit was het gevolg van een met terugwerkende kracht verhoogde WAO-uitkering van haar partner, die een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100% kreeg toegekend vanaf 28 september 2005.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat vanaf het moment van de WAO-verhoging het voor appellante en haar partner duidelijk had moeten zijn dat dit gevolgen had voor het wachtgeld, dat naast de WAO-uitkering werd ontvangen.
Hoewel de minister had afgezien van terugvordering over de periode vóór 1 juni 2007 vanwege onduidelijkheid over de hoogte van de aanspraak, was dat niet van toepassing op de periode juni tot en met november 2007. De hoogte van het teruggevorderde bedrag werd ter zitting niet meer betwist. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van teveel betaald wachtgeld wordt bevestigd.