ECLI:NL:CRVB:2011:BP4456

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4775 WSW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenWet sociale werkvoorziening
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot indeling in doelgroep sociale werkvoorziening wegens voldoende functioneren in reguliere arbeidsomgeving

Appellant heeft verzocht om te worden ingedeeld in de doelgroep van de sociale werkvoorziening, maar dit verzoek is door de raad van bestuur afgewezen. Uit onderzoek bleek dat appellant ondanks zijn lichamelijke beperkingen passende arbeid kan verrichten in een reguliere werkomgeving met noodzakelijke, niet-ingrijpende aanpassingen. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en het hoger beroep van appellant is door de Centrale Raad van Beroep ongegrond verklaard.

De raad van bestuur heeft zich gebaseerd op medische rapportages, waaronder een bedrijfsarts en een multidisciplinair overleg, waarin rekening is gehouden met de rug- en schouderklachten van appellant en zijn psychische beperkingen. De Raad concludeert dat de adviezen zorgvuldig tot stand zijn gekomen en dat de beperkingen van appellant niet onjuist zijn omschreven. De rechtbank en de Raad zien geen aanleiding om een deskundige te raadplegen of de beslissing te herzien.

Appellant, die jarenlang als conciërge heeft gewerkt, wordt geschikt geacht voor licht ondersteunende administratieve functies of licht montagewerk, waarbij hij regelmatig kan vertreden en geen zware lasten hoeft te tillen. De aanpassingen die hiervoor nodig zijn, zijn redelijk en niet kostbaar voor een werkgever in het vrije bedrijfsleven. Nieuwe klachten die in 2009 zijn opgekomen kunnen in deze procedure geen rol spelen.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het hoger beroep af zonder toewijzing van proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot indeling in de doelgroep sociale werkvoorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

09/4775 WSW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 15 juli 2009, 08/826 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als rechtsopvolger van de Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen (hierna: raad van bestuur)
Datum uitspraak: 3 februari 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De raad van bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 januari 2011. Appellant is niet verschenen. De raad van bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door R.K. Nai Chung Tong.
II. OVERWEGINGEN
1. Met ingang van 1 januari 2009 is krachtens de Wet van 29 december 2008 tot wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enkele andere wetten in verband met de evaluatie van deze wet, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en deregulering, Stb. 2008, 600, de raad van bestuur in de plaats getreden van de raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen (hierna: CWI). Waar in deze uitspraak sprake is van de raad van bestuur, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de raad van bestuur van de CWI.
2. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.
2.1. Bij besluit van 19 oktober 2007 heeft de raad van bestuur afwijzend beslist op het verzoek van appellant te bepalen dat hij behoort tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening. Uit de resultaten van het onderzoek is gebleken dat appellant in staat is passende arbeid te verrichten met behulp van noodzakelijke aanpassingen die buiten de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) gerealiseerd kunnen worden in een overigens normale werkomgeving. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 30 januari 2008.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank was van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de beperkingen van appellant in de aan de besluitvorming ten grondslag gelegde adviezen op onjuiste wijze zijn omschreven. Appellant is volledig medisch onderzocht en in de bezwaarfase heeft het Multi Disciplinair Overleg appellant vanuit verschillende disciplines beoordeeld. De rechtbank zag geen aanleiding voor het oordeel dat de adviezen onzorgvuldig tot stand zijn gekomen of inhoudelijk onjuist zijn.
4.1. De Raad volgt de rechtbank hierin. Uit de rapportage van de bedrijfsarts en de daarin gehanteerde codes moet worden afgeleid dat wel degelijk, en anders dan door appellant wordt gesteld, rekening is gehouden met de rugklachten van appellant. Uit het rapport van het MDO blijkt dat uitgegaan is van de door de bedrijfsarts aangenomen lichamelijke beperkingen inclusief de schouderklachten, terwijl voorts de beperkingen ten aanzien van stress en boosheid zijn onderschreven. De klachten zijn stationair. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien voor het alsnog raadplegen van een deskundige zoals appellant heeft verzocht. Ook de Raad ziet daarvoor geen aanleiding.
4.2. Anders dan appellant in hoger beroep heeft betoogd, is de Raad van oordeel dat in het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd waarom appellant met zijn beperkingen geacht moet worden in een gewone arbeidsomgeving te kunnen functioneren. Appellant, die jarenlang werkzaam is geweest als conciërge op een school, wordt geschikt geacht voor licht ondersteunende administratieve functies of licht montagewerk, met de mogelijkheid om regelmatig te kunnen vertreden. De aanpassingen zijn niet ingrijpend en in genoemde functies in redelijkheid van een werkgever in het vrije bedrijf te verlangen. Ter zitting is nog toegelicht dat daarbij gelet wordt op de kosten die door een werkgever zouden moeten worden gemaakt om appellant te kunnen laten functioneren. In dit geval, waarin appellant zich moet kunnen vertreden en niet zwaar mag tillen, behoeven geen kosten te worden gemaakt.
4.3. De Raad onderschrijft tot slot de overweging van de rechtbank over de in beroep naar voren gebrachte, in 2009 opgekomen nieuwe lichamelijke klachten: zij kunnen in dit geding geen rol spelen.
5. Het hoger beroep slaagt dus niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2011.
(get.) K. Zeilemaker.
(get.) B. Bekkers.
HD