ECLI:NL:CRVB:2011:BP4365

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1832 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling wegens tegemoetkoming door UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WIA-zaak tegen het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het UWV geen verweer voerde tegen de proceskostenveroordeling en dat de gewijzigde beslissing op bezwaar de bezwaren van appellant geheel of gedeeltelijk wegneemt. De Raad bepaalde dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek.

De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van appellant, begroot op € 437,-, voor de kosten die appellant in hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De vergoeding van het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV claimen.

Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken wegens tegemoetkoming door het UWV en het UWV is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 437,-.

Uitspraak

10/1832 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 februari 2010, 08/2340 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 februari 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. S.A. Adjiembaks, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 28 mei 2010 een verweerschrift ingediend.
Bij fax van 23 september 2010 heeft mr. Adjiembaks namens appellant het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van de toezegging van het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar te nemen en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Op 24 september 2010 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Het Uwv heeft de Raad doen weten geen verweer te voeren tegen de gevraagde proceskostenveroordeling.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 24 september 2010 aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien de rechtbank reeds een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken voor de gemaakte proceskosten in beroep en het Uwv reeds in haar gewijzigde beslissing op bezwaar heeft toegezegd de gemaakte kosten in bezwaar te zullen vergoeden staat de Raad enkel nog geplaatst voor de in hoger beroep gemaakte proceskosten.
Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellant is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 437,- in hoger beroep.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan de appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 437,--, te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2011
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) M.A van Amerongen.
CVG