ECLI:NL:CRVB:2011:BP4350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek postume toelating echtgenoot tot vrijwillige ANW-verzekering
Appellante, woonachtig in Marokko en van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om haar overleden echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet (ANW). Haar echtgenoot, die in Nederland had gewoond en gewerkt, was in 2002 in Marokko overleden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was.
Appellante stelde bezwaar in tegen deze afwijzing, maar dit werd door de rechtbank Amsterdam ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens het onderzoek ter zitting op 21 januari 2011 werd appellante vertegenwoordigd door haar advocaat, terwijl de Svb werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
De Raad overwoog dat de stellingen van appellante in hoger beroep geen aanleiding gaven tot een ander oordeel dan dat van de rechtbank. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak waarin dezelfde gemachtigde van appellante was opgetreden. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep van appellante verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.