ECLI:NL:CRVB:2011:BP3315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens niet-naleving arbeidsinschakeling
Appellante, een alleenstaande ouder geboren in 1960, ontving bijstand op grond van de WWB en nam deel aan een Work First re-integratietraject gericht op arbeidsinschakeling. Ondanks rugklachten en medische beperkingen werd zij geacht zittend werk te kunnen verrichten. Het College verlaagde haar bijstand met 40% wegens onvoldoende deelname aan het traject.
Appellante voerde aan dat zij onterecht werd gedwongen onbetaalde arbeid te verrichten en beriep zich op internationale verdragen en het EVRM. De Raad oordeelde dat het verbod op dwangarbeid niet werd geschonden omdat geen sprake was van fysieke of psychische dwang en het traject niet disproportioneel belastend was.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante haar verplichting niet was nagekomen en dat de maatregel terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens niet-naleving van de arbeidsinschakelingsverplichting wordt bevestigd.