ECLI:NL:CRVB:2010:BO9715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening bij AOW-vergoeding
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin een vergoeding voor kosten in verband met zijn AOW-aanvraag werd afgewezen. Dit bezwaar werd echter te laat ingediend, namelijk drie dagen na het verstrijken van de wettelijke termijn.
De rechtbank heeft overwogen dat de bekendmaking van het besluit correct en tijdig heeft plaatsgevonden en dat de termijn voor bezwaar op 9 november 2007 eindigde. Ondanks de stellingen van appellant over vertraging door postbezorging en communicatie met medewerkers van de Svb, oordeelde de rechtbank dat deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheden vormen die een late indiening rechtvaardigen. Daarom werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij deze overwegingen en benadrukt dat appellant zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van het bezwaar, mede gezien zijn keuze om in Turkije te wonen met een postadres in Nederland. De Raad ziet geen aanleiding om de inhoudelijke grieven van appellant te beoordelen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt het griffierecht aan appellant vergoed, maar proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, het bestreden besluit wordt vernietigd en het griffierecht wordt aan appellant vergoed.