Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2010:BO9707

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/3520 AOW + 10/3521 AOW + 10/3522 AOW + 10/3523 AOW + 10/3526 AOW + 10/3527 AOW + 10/3528 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in AOW-premiezaken

Appellanten hebben tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) over niet-betaalde AOW-premies bezwaar gemaakt, dat door de Svb ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelden zij beroep in bij de rechtbank, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

In hoger beroep betoogden appellanten dat het beroep tijdig was ingesteld, omdat de besluiten op bezwaar niet aan hen zelf, maar aan hun belastingadviseur/accountant waren verzonden. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de belastingadviseur als gemachtigde mocht worden aangemerkt en dat de Svb de besluiten op de voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt.

De Raad onderschrijft daarmee de overwegingen van de rechtbank en bevestigt het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 december 2010.

Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

10/3520, 10/3521, 10/3522, 10/3523, 10/3526, 10/3527, 10/3528 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op de hoger beroepen van:
[Appellante] wonende te [woonplaats] (appellante), en
[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
hierna tezamen ook te noemen: appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 2 juni 2010, 09/1681, 09/1682, 09/1683, 09/1684, 09/1685, 09/1686 en 09/1688 (hierna: aangevallen uitspraak),
in de gedingen tussen:
appellanten
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 31 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellanten heeft mr. F. van der Wielen, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 december 2010. Appellanten zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde mr. Van der Wielen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.P. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluiten van 18 december 2002 en 20 december 2002 heeft de Svb aan appellanten meegedeeld dat zij schuldig nalatig zijn om verschuldigde premie te betalen. De bezwaren van appellanten hiertegen heeft de Svb bij besluiten van 7 september 2004 (hierna: besluiten op bezwaar) ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de bij brief van 12 mei 2009 door appellanten tegen de besluiten op bezwaar ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
3.1. In hoger beroep hebben appellanten evenals in beroep gesteld dat tijdig beroep is ingesteld, aangezien de Svb de besluiten op bezwaar ten onrechte uitsluitend naar de belastingadviseur/accountant van appellanten heeft verzonden en niet naar appellanten zelf.
3.2. De Raad onderschrijft de door de rechtbank in de aangevallen uitspraak ter zake gebezigde overwegingen en maakt deze tot de zijne. De heer Tax, de belastingadviseur/ accountant van appellanten, mocht om de in de aangevallen uitspraak vermelde redenen door de Svb ten tijde van de bekendmaking van de besluiten op bezwaar worden aangemerkt als gemachtigde van appellanten en de Svb heeft de besluiten op bezwaar op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt door ze - per aangetekende post van
7 september 2004 - naar de heer Tax te versturen. Ook voor het overige onderschrijft de Raad de overwegingen van de rechtbank.
4. Gelet op het vorenstaande slagen de hoger beroepen niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 december 2010.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) D.E.P.M. Bary.
NK