ECLI:NL:CRVB:2010:BO9645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.W.J. Schoor
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling
Appellante, geboren in 1978, ontving sinds 1998 een Wajong-uitkering vanwege astmatische en psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2008 besloot het UWV de uitkering te beëindigen omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij recente informatie van de behandelend longarts en huisarts was meegenomen. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) was aangepast waar nodig, en de stelling van appellante dat het onderzoek was gebaseerd op verouderde gegevens werd verworpen. Ook haar claim van ernstiger beperkingen en noodzaak tot urenbeperking werd niet onderbouwd met medische stukken.
Ten aanzien van de geschiktheid van functies stelde de Raad vast dat de arbeidsdeskundige drie functies had beoordeeld die passend waren bij de functionele mogelijkheden van appellante. De door appellante aangevoerde bezwaren over urenomvang en blootstelling aan stof en dampen werden onvoldoende onderbouwd geacht. De reservefunctie van productiemedewerker bedrading werd niet meegenomen in de beoordeling.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank correct was en wees het beroep van appellante af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.