ECLI:NL:CRVB:2010:BO9340
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld
Appellante heeft een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij stelde dat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere huiszoekingen door Duitse bezetters had meegemaakt waarbij geweld werd gebruikt. De aanvraag werd door de Pensioen- en Uitkeringsraad afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat appellante zelf was getroffen door oorlogsgeweld.
De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep van appellante behandeld en overwogen dat de gestelde huiszoekingen niet bevestigd konden worden. Bovendien waren de huiszoekingen gericht op de vader van appellante en niet op haarzelf, waardoor deze niet als oorlogsgeweld in de zin van de Wubo kunnen worden aangemerkt. Tevens was niet gebleken dat er zodanig zwaar geweld tegen de moeder van appellante was gebruikt dat appellante geconfronteerd werd met ernstige mishandeling die vergelijkbaar is met doodslag of executie.
De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat de criteria voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer niet zijn vervuld. Er werd ook geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 december 2010.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.