ECLI:NL:CRVB:2010:BO9056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over afwijzing uitbetaling compensatie-uren bij eervol ontslag ambtenaar
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, beëindigde zijn werkzaamheden per 1 september 2007. Na het niet vinden van een passende functie is op 19 mei 2008 een overeenkomst gesloten voor ontslag op verzoek met ingang van 19 oktober 2008, waarbij rekening werd gehouden met niet-genoten vakantie-uren.
Appellant vorderde uitbetaling van compensatie-uren opgebouwd tussen 1 januari 2008 en 19 oktober 2008, ter waarde van circa €7.000. De staatssecretaris stelde dat tijdens de non-activiteitsperiode geen compensatie-uren konden worden opgebouwd omdat er geen feitelijke arbeid werd verricht.
De Raad oordeelde dat op grond van het Besluit van 25 november 1996 en het Reglement Personeelsvoorschriften Belastingdienst compensatie-uren alleen kunnen worden opgebouwd bij daadwerkelijk verrichte arbeid. De overeenkomst vermeldde alleen vakantie-uren en niet compensatie-uren. De uitleg van de overeenkomst en de geldende regelingen maken duidelijk dat geen recht op compensatie-uren bestond tijdens de non-activiteit.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit van de rechtbank dat het beroep van appellant ongegrond verklaarde en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant heeft geen recht op uitbetaling van compensatie-uren tijdens de non-activiteitsperiode.