ECLI:NL:CRVB:2010:BO9029

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1194 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van Wuv wegens onvoldoende medische indicatie

Appellante, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om uitbreiding van haar huishoudelijke hulp van vier naar zeven à acht uur per week vanwege psychische en lichamelijke klachten. Na medisch onderzoek en advies van geneeskundig adviseurs werd vastgesteld dat er geen medische indicatie was voor meer dan de reeds toegekende vier uur.

De Raad overwoog dat het besluit van de verweerster, gebaseerd op gedegen medisch advies en een huisbezoek, deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd. Appellante leverde geen aanvullende medische gegevens die het standpunt van de verweerster konden ondermijnen.

Daarmee vond de Raad geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van vier uur huishoudelijke hulp blijft gehandhaafd.

Uitspraak

10/1194 WUV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 16 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 29 januari 2010, kenmerk BZ 48672, JZ/L70/2010, ten aanzien van haar genomen besluit (hierna: het bestreden besluit) ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: Wuv).
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2010. Appellante is niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Blijkens de gedingstukken is appellante, geboren in 1935 in het voormalig Nederland-Indië, met ingang van 1 augustus 1980 erkend als vervolgde in de zin van de Wuv en als zodanig uitkeringsgerechtigde. In december 1991 heeft verweerster aan appellante, na een door de geneeskundig adviseur van verweerster ingesteld medisch onderzoek, onder meer vier uur extra huishoudelijke hulp per week toegekend.
1.2. Bij vervolgaanvraag van juli 2009 heeft appellante verzocht om uitbreiding van de voorziening voor huishoudelijke hulp naar 7 à 8 uur per week. Hiertoe heeft appellante aangevoerd dat zij in verband met haar psychische en lichamelijke klachten helemaal geen huishoudelijk werk meer kan verrichten.
1.3. Bij besluit van 3 september 2009, zoals na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft verweerster de aanvraag van appellante afgewezen omdat uit medisch onderzoek was gebleken dat appellante noch op grond van haar psychische klachten, noch op grond van haar lichamelijke klachten is aangewezen op meer dan vier uur huishoudelijke hulp per week.
2. Appellante kan zich met het besluit van verweerster niet verenigen. Zij stelt - kort gezegd - dat verweerster haar oorlogsgerelateerde psychische en lichamelijke klachten onderschat.
3. De Raad overweegt als volgt.
3.1. Verweersters besluit is in overeenstemming met de adviezen van een tweetal geneeskundig adviseurs en artsen van de Pensioen- en Uitkeringsraad, A.J. Maas en G. Kho, die hun advies mede hebben gebaseerd op informatie die zij verkregen hebben van de appellante behandelende huisarts, orthopedisch chirurg en cardioloog. Daarnaast heeft de arts Kho tijdens de bezwaarprocedure met appellante bij haar thuis een gesprek gevoerd, waarin zij aangaf bepaalde lichte huishoudelijke taken - zoals koken, het aanrecht schoonmaken, de was in de wasmachine en droger stoppen en de planten verzorgen - nog zelf te kunnen verrichten. Naar aanleiding van al deze informatie heeft verweerster zich op het standpunt gesteld dat er geen medische indicatie is voor het toekennen van meer dan de beleidsmatig reeds toegekende 4 uur huishoudelijke hulp per week.
3.2. De Raad acht het bestreden besluit op grond van de onder 3.1 genoemde adviezen en het in bezwaar uitgevoerde onderzoek door de arts Kho deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. Appellante heeft geen (medische) gegevens overgelegd op grond waarvan de Raad is gaan twijfelen aan de juistheid van het door verweerster ingenomen standpunt. In het bijzonder heeft de Raad geen grond gevonden om aan te nemen dat de uit de psychische en lichamelijke klachten voortvloeiende beperkingen bij appellante door de geneeskundig adviseurs zijn onderschat.
3.3. Nu de Raad ook in hetgeen overigens door appellante naar voren is gebracht geen aanleiding heeft gevonden om het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking te brengen, dient het beroep van appellante ongegrond te worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2010.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) I. Mos.
HD