ECLI:NL:CRVB:2010:BO9005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder geldige toestemming huisbezoek
Appellant ontving bijstand en werd door het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage beschuldigd van het voeren van een gezamenlijke huishouding met [V.], hetgeen hij niet had opgegeven. Na huisbezoeken en aanvullend onderzoek werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het huisbezoek aan appellant gerechtvaardigd en met toestemming, maar oordeelde dat het huisbezoek aan de woning van [V.] ook met toestemming was. De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant niet op juiste wijze is geïnformeerd over het huisbezoek en dat zijn toestemming niet als “informed consent” kan worden beschouwd, waardoor sprake is van een inbreuk op zijn huisrecht. Voor de woning van [V.] is echter geen toestemming gegeven, waardoor het huisbezoek daar onrechtmatig was.
De Raad oordeelt dat de bevindingen uit het huisbezoek aan appellant wel mogen worden gebruikt, maar die uit de woning van [V.] en de daaropvolgende verklaring niet. Desondanks is er voldoende objectief bewijs dat appellant en [V.] vanaf 1 mei 2005 een gezamenlijke huishouding voeren. De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd, het beroep tegen het besluit van 23 februari 2009 wordt gegrond verklaard wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het beroep tegen het besluit van 23 november 2009 wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd, het besluit van 23 februari 2009 vernietigd wegens ondeugdelijke motivering maar met in stand blijvende rechtsgevolgen, en het beroep tegen het besluit van 23 november 2009 ongegrond verklaard.