ECLI:NL:CRVB:2010:BO8961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake AOW-uitkering en onderbewindstelling
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een korting op haar AOW-uitkering die uiteindelijk ongedaan werd gemaakt door de Sociale verzekeringsbank (Svb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit bestreden besluit niet-ontvankelijk omdat appellante geen concrete gronden aanvoerde tegen het besluit dat haar de maximale AOW-uitkering toekende.
Appellante richtte haar bezwaren vooral op de uitbetaling van haar AOW-uitkering aan de bewindvoerder en de inhouding van een eigen bijdrage op grond van de AWBZ. De Raad overwoog dat deze kwesties niet tot het bestreden besluit behoren en dus buiten de bestuursrechtelijke procedure vallen. De Raad benadrukte dat de geldigheid van de onderbewindstelling een civielrechtelijke kwestie is.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.