ECLI:NL:CRVB:2010:BO8944

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3448 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.W.J. Schoor
  • G.J.H. Doornewaard
  • M.S.E. Wulffraat-van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van 2 juni 2010. Zij stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet naar behoren was uitgevoerd en dat dit pas na de bestreden uitspraak duidelijk werd. Tijdens de zitting op 2 december 2010, waar verzoekster werd bijgestaan door haar advocaat, werd vastgesteld dat er geen nieuwe medische informatie beschikbaar was die niet reeds bij de eerdere uitspraak bekend was.

De Raad overwoog dat een herzieningsprocedure op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht alleen mogelijk is indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Omdat verzoekster geen dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden kon aandragen, kon de herziening niet worden toegewezen.

De Raad concludeerde dat het verzoek om herziening daarom moest worden afgewezen. Tevens werd geoordeeld dat geen gronden aanwezig waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De beslissing werd op 24 december 2010 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/3448 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoekster] wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 juni 2010, 08/3287 (hierna: bestreden uitspraak)
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 24 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2010, waar verzoekster is verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich met voorafgaand bericht niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoekster heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie, op grond van nieuwe feiten en omstandigheden alsmede op grond van artikel 8:88 vanwege Pro het niet kunnen uitoefenen van bij wet gegeven bevoegdheden”. Verzoekster is van mening dat haar aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. Gelet op het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting komt het standpunt van verzoekster - samengevat weergegeven - erop neer dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet naar behoren heeft plaatsgevonden en dat dit pas duidelijk is geworden nadat de Raad in hoger beroep de bestreden uitspraak heeft gedaan.
2.1. De Raad stelt vast dat het standpunt van verzoekster er in feite op neerkomt dat zij in het kader van de herzieningsprocedure op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opnieuw de verzekeringsgeneeskundige beoordeling aan de orde wil stellen.
2.2. De Raad overweegt dat de door verzoekster gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak in de onderhavige herzieningsprocedure niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van één of meer feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
2.3. De Raad acht echter in het verzoekschrift geen zodanig feit of zodanige omstandigheid gelegen. Ter zitting heeft gemachtigde van verzoekster desgevraagd verklaard dat er geen nieuwe, bij verzoekster vóór de bestreden uitspraak niet bekende medische informatie, afkomstig van de behandelend sector, beschikbaar is die een ander licht werpt op de medische situatie van verzoekster op de datum in geding. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en M.S.E. Wulffraat-van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2010.
(get.) C.W.J. Schoor.
(get.) M. Mostert.
JL