ECLI:NL:CRVB:2010:BO8885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.W.J. Schoor
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-procedure
Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd die aanvankelijk werd geweigerd door het UWV. Na bezwaar en een gerechtelijke uitspraak werd de uitkering alsnog toegekend met terugwerkende kracht. Appellant vorderde vervolgens een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursprocedure.
De rechtbank kende een vergoeding van €500 toe voor de overschrijding in de bestuurlijke fase, maar wees het verzoek af voor de rechterlijke fase en betrok de Staat der Nederlanden niet in de procedure. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing en stelde dat de bezwaarperiode langer was dan door de rechtbank aangenomen en dat de Staat wel betrokken had moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het schadebesluit zelfstandig is en alleen betrekking heeft op de bestuurlijke fase. De Raad volgde de rechtbank in haar beoordeling dat de bestuurlijke fase ruim tien maanden duurde, wat de vergoeding van €500 rechtvaardigt. De Staat der Nederlanden is terecht niet betrokken en een oordeel over de rechterlijke fase is niet aan de Raad. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurlijke fase.