ECLI:NL:CRVB:2010:BO8871
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens verschoonbare overschrijding hogerberoepstermijn in AOW-uitkering
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-uitkering, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Appellante deed hiertegen verzet. Tijdens de zitting op 29 november 2010, waar zij werd bijgestaan door haar echtgenoot, was de Sociale Verzekeringsbank niet aanwezig.
De Raad overwoog dat de overschrijding van de hogerberoepstermijn niet zonder meer onverschoonbaar was. Gezien de medische omstandigheden van appellante, zoals toegelicht in haar brieven en tijdens de zitting, gaf de Raad haar het voordeel van de twijfel en achtte de overschrijding verschoonbaar. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard en verviel de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring.
De zaak werd terugverwezen voor voortzetting van het onderzoek in de oorspronkelijke stand. Tevens werd de Sociale Verzekeringsbank veroordeeld in de reiskosten van appellante voor het verzet, vastgesteld op € 52,44.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is gegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.