ECLI:NL:CRVB:2010:BO8870

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-885 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in hoger beroep UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden, maar de Raad verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellante deed hiertegen verzet en stelde dat zij het griffierecht op 19 april 2010 had betaald, terwijl de termijn tot 16 april liep.

Tijdens de zitting van 29 november 2010 was appellante aanwezig, maar het UWV verscheen niet. De Raad overwoog dat het rekeningafschrift van appellante bevestigde dat de betaling pas op 19 april was bijgeschreven, wat te laat was. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.

Het te laat betaalde griffierecht van €111,- wordt terugbetaald door de griffier. De Raad ziet geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

10/885 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 28 december 2009, 09/866 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 21 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 18 juni 2010 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 18 juni 2010 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 29 november 2010. Appellante was aanwezig. Het Uwv is niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 18 juni 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 19 maart 2010 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift en ter zitting heeft appellante verklaard dat zij het griffierecht op 19 april 2010 heeft betaald en dat zij ervan uitging dat dit tijdig was. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een rekeningafschrift van haar bank overgelegd.
Het overgelegde rekeningafschrift bevestigt dat het griffierecht - inderdaad - op 19 april 2010 is bijgeschreven op de rekening van de Raad. De laatste dag waarop het griffierecht tijdig had kunnen worden betaald, is echter 16 april 2010.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 111,-) zal door de griffier van de Raad aan appellante worden terugbetaald.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 december 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
GdJ