ECLI:NL:CRVB:2010:BO8864
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding griffierecht
Appellant heeft bij de Centrale Raad van Beroep hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Vervolgens heeft appellant verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Tijdens de zitting van 29 november 2010 verscheen appellant met zijn advocaat, terwijl het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam niet verscheen. De Raad overwoog dat het verzetschrift niet tijdig was ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden, ook niet gelet op de communicatie tussen appellant en zijn advocaat.
De Raad concludeerde dat het verzet niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Tevens werd overwogen dat het niet betalen van het griffierecht redelijkerwijs aan appellant of zijn gemachtigde kan worden toegerekend. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de kosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij betaling van het griffierecht.