ECLI:NL:CRVB:2010:BO8846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens faillissement en bijstandsbehoevendheid
Appellant ontving bijstand van 2 maart 2005 tot 1 oktober 2005 en was vanaf 9 februari 2005 failliet verklaard. Het College trok de bijstand in omdat appellant niet voldeed aan de inlichtingenverplichting omtrent bankrekeningen met een positief saldo. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over het saldo kon beschikken.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden, maar dat dit niet automatisch tot intrekking mocht leiden als het recht op bijstand alsnog kon worden vastgesteld. Uit stukken bleek dat appellant tijdens faillissement niet over het saldo beschikte en schulden had, waardoor hij in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het College, herroept het intrekkingsbesluit en veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Hiermee werd bevestigd dat de intrekking onterecht was omdat de financiële situatie van appellant recht op bijstand rechtvaardigde.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt vernietigd en herroepen omdat appellant gedurende de periode in geding in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde.