ECLI:NL:CRVB:2010:BO8006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.W.J. Schoor
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, kreeg vanaf 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordelingen trok het UWV de uitkering in 2007 en later opnieuw in 2008 vanwege onvoldoende medische onderbouwing van haar arbeidsongeschiktheid. Diverse medische rapporten, waaronder die van psychiater Van Eyk, concludeerden dat er geen sprake was van een ziekte in engere zin, maar van persoonlijkheidsproblematiek die het functioneren bemoeilijkte zonder belemmering.
Appellante betwistte dit en verwees naar diagnoses van haar behandelaars die spraken van recidiverende depressies en ADHD. De Raad oordeelde echter dat deze diagnoses onvoldoende medisch onderbouwd waren en dat de deskundigenrapporten van Van Eyk en anderen consistent waren in hun beoordeling van haar persoonlijkheidskenmerken. De rechtbank en de Raad volgden het oordeel van de deskundige en zagen geen reden om het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering te herzien.
De Raad wees ook het beroep van appellante af omdat zij geen nieuwe medische stukken had overgelegd die de conclusies van Van Eyk konden weerleggen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing.