ECLI:NL:CRVB:2010:BO7585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens ontbreken objectieve arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur via een uitzendbureau, meldde zich ziek vanwege nek- en schouderklachten na een ongeval. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd hij hersteld verklaard en werd het recht op ziekengeld ingetrokken. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard, waarna het Uwv een nieuw besluit nam dat het recht op ziekengeld vanaf 28 november 2008 beëindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het oordeel van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zwaar liet wegen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan. Uit de medische rapporten blijkt dat er geen objectiveerbare afwijkingen zijn die de klachten van appellant verklaren en dat het klachtenpatroon vooral psychisch van aard is.
De arts L.P.M. Bos bevestigt dat het copinggedrag een grote rol speelt en dat de arbeidsongeschiktheid niet op objectieve medische gronden kan worden vastgesteld. De Raad ziet geen aanleiding tot nader medisch onderzoek en bevestigt het bestreden besluit. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht meer op ziekengeld vanaf 28 november 2008 vanwege het ontbreken van objectieve medische arbeidsongeschiktheid.