ECLI:NL:CRVB:2010:BO7574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor werk als conciërge
Appellant, voorheen conciërge op een basisschool, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch onderzoek door verzekeringsartsen vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte werk en beëindigde het ziekengeld per 19 mei 2008.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en de uitkomst juist is.
De Raad weegt de medische informatie van verschillende artsen, waaronder de bedrijfsarts en psychiater, en concludeert dat de klachten van appellant niet zodanig ernstig zijn dat hij niet geschikt zou zijn voor zijn fysiek en psychisch niet belastende functie als conciërge. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellant wordt met ingang van 19 mei 2008 beëindigd wegens geschiktheid voor zijn werk als conciërge.