ECLI:NL:CRVB:2010:BO7476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing beperkingen
Appellant meldde zich op 28 januari 2008 ziek bij het UWV. Na eerdere afwijzing van een WAO-uitkering in 2003 ontving hij een werkloosheidsuitkering. Op 7 juli 2008 besloot het UWV geen ziekengelduitkering toe te kennen, omdat appellant niet ongeschikt werd geacht voor ten minste één van de in 2003 geselecteerde functies.
Het bezwaar tegen dit besluit werd op 5 september 2008 gegrond verklaard, maar alsnog vastgesteld dat appellant vanaf 3 juli 2008 geen recht had op een Ziektewet-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant geen medische informatie had ingebracht die de beoordeling van de verzekeringsartsen in twijfel kon trekken.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat appellant zijn standpunt over onwerkzaamheid niet met medische gegevens heeft onderbouwd. Ook een latere verslechtering van zijn gezondheidstoestand, zoals een indicatie voor rolstoelgebruik, doet hieraan niet af. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing van zijn beperkingen.