ECLI:NL:CRVB:2010:BO7472

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2306 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging urenbeperking WAO-uitkering van 15 tot 25 procent arbeidsongeschiktheid

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage waarin het beroep tegen een UWV-besluit ongegrond werd verklaard. Het UWV had appellante een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25 procent, met een urenbeperking van maximaal 4 uur per dag en 20 uur per week, zoals vastgesteld door een deskundigenrapport van psychiater drs. R. Thomassen.

De rechtbank had geoordeeld dat appellante in staat was de aangeduide functies te verrichten en dat het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts terecht was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat een verdere urenbeperking had moeten worden aangenomen en stelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat haar werkgever niet was betrokken bij de besluitvorming.

De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en bevestigt dat het deskundigenrapport een juiste basis vormt voor de urenbeperking. Er is geen aanwijzing dat een geleidelijke opbouw met minder uren per dag bedoeld was. Ook oordeelt de Raad dat het ontbreken van betrokkenheid van de werkgever geen zorgvuldigheidsgebrek oplevert. De functies waarop de beoordeling is gebaseerd, zijn medisch geschikt voor appellante.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en verklaart dat er geen gronden zijn voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door rechter Ch. van Voorst op 15 december 2010.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de urenbeperking van maximaal 4 uur per dag en 20 uur per week en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

10/2306 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 maart 2010, 09/4435 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 15 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante is hoger beroep ingediend.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2010. Namens appellante is verschenen mr. W.G. Poiesz, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Voor een overzicht van de in dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.
1.2. Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 april 2009 heeft het Uwv bij besluit van 19 juni 2009 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar van appellante tegen het besluit van 2 augustus 2005 gegrond verklaard, in zoverre dat appellante met ingang van 8 april 2005 in aanmerking wordt gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts onderschreven en heeft voorts geoordeeld dat appellante in staat moest worden geacht de geduide functies te verrichten.
3. Appellante herhaalt in hoger beroep haar in beroep aangevoerde grond dat het Uwv ten onrechte geen verdergaande urenbeperking heeft aangenomen. Voorts heeft appellante aangevoerd dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat haar werkgever niet op de hoogte is gehouden van de onderhavige besluitvorming en haar hierdoor niet heeft kunnen bijstaan bij haar re-integratie.
4.1. De Raad oordeelt als volgt.
4.2. De Raad ziet geen reden anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De Raad onderschrijft de door de rechtbank gegeven overwegingen en maakt deze tot de zijne. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de bezwaarverzekeringsarts op basis van het op verzoek van de rechtbank uitgebrachte deskundigenrapport van psychiater drs. R. Thomassen van 27 augustus 2008 en zijn nadere brief van 21 november 2008 terecht een urenbeperking van maximaal 4 uur per dag en 20 uur per week heeft aangenomen. Evenals de rechtbank ziet de Raad geen aanknopingspunten dat de deskundige met de urenbeperking een geleidelijke opbouw heeft beoogd waarbij gestart moet worden met een minder aantal uren per dag tot het maximum aangegeven aantal van 4 uur per dag.
4.3. Voorts ziet de Raad in de stelling van appellante dat haar werkgever niet is betrokken bij de onderhavige besluitvorming, geen aanleiding te oordelen dat er sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek aan het bestreden besluit.
4.4. Uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad voorts met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellante in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt.
4.5. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2010.
(get.) Ch. van Voorst
(get.) D.E.P.M. Bary
RH