ECLI:NL:CRVB:2010:BO7213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij Ziektewetuitkering
Appellante maakte bezwaar tegen de weigering van een Ziektewetuitkering per 12 maart 2009, omdat zij volgens een bedrijfsarts geschikt werd geacht voor haar werk. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege het niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn van twee weken. Appellante voerde in hoger beroep medische redenen aan voor het niet tijdig indienen, waaronder een depressieve stoornis met psychotische overschrijding.
De Centrale Raad van Beroep heeft de medische verklaringen van de huisarts en psychiater beoordeeld, evenals de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat appellante in de relevante periode wel in staat was haar belangen te behartigen, mede omdat zij zich tijdig tot het CWI richtte voor een werkloosheidsuitkering.
Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 december 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.