ECLI:NL:CRVB:2010:BO7205

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-74 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid na zorgvuldig medisch onderzoek

Appellant, werkzaam als schilder, straler, spuiter en industrieel schoonmaker, meldde zich ziek wegens rug- en nekklachten. Het UWV besloot het ziekengeld per 10 maart 2008 te beëindigen omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij de rapporten van verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig en onderbouwd beschouwde. De bezwaarverzekeringsarts had ook informatie van de behandelend sector en een arbeidskundig rapport betrokken bij zijn oordeel.

De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en vond dat de medische gegevens die appellant in beroep had ingebracht geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het ziekengeld wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitspraak

09/74 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 27 november 2008, 08/4614 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 8 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E. van den Boogaard, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2010.
Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.C. van der Meer.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellant, laatstelijk werkzaam als schilder/straler/spuiter en industrieel schoonmaker bij [werkgever] te [vestigingsplaats], heeft zich op 1 november 2007 vanuit een situatie waarin hij een werkloosheidsuitkering ontving wegens rug- en nekklachten ziek gemeld.
2. Bij brief van 7 maart 2008 is appellant vanwege het Uwv in kennis gesteld van een besluit, waarbij aan hem met ingang van 10 maart 2008 geen ziekengeld meer is toegekend, omdat hij op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.
3. Bij besluit van 7 mei 2008 (hierna: het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen voormeld besluit ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank achtte de conclusies van de verzekeringsartsen zorgvuldig tot stand gekomen en heeft hierbij in aanmerking genomen dat de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts naast dossierstudie een eigen onderzoek hebben verricht. De rechtbank heeft verder overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts informatie van de behandelend sector en een arbeidskundig rapport omtrent appellants werk bij zijn oordeelsvorming heeft betrokken. De rechtbank heeft voorts de reactie van de bezwaarverzekeringsarts van 3 november 2008 op de door appellant in beroep overgelegde medische verklaringen onderschreven.
5.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad kent voor zijn oordeelsvorming evenals de rechtbank beslissende betekenis toe aan de door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts uitgebrachte rapporten.
5.2. Naar blijkt uit het rapport van 7 maart 2008 heeft de verzekeringsarts na onderzoek van appellant vastgesteld dat appellant lage rugklachten heeft, maar niet van zodanig ernstige aard dat hij niet in staat was het als zwaar aangeduide werk als industrieel schoonmaker en straler te verrichten.
5.3. De bezwaarverzekeringsarts heeft eveneens onderkend dat appellant zwaar werk verrichtte, waarin hij blijkens arbeidskundig onderzoek volgens de werkgever goed heeft gefunctioneerd. In aanmerking genomen dat uit de gegevens van de behandelend sector niet is gebleken van evidente afwijkingen, en volgens de behandelend revalidatiearts hier sprake is van een stressgebonden chronisch lumbaal pijnsyndroom, acht de Raad de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts voldoende onderbouwd.
5.4. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank eveneens terecht overwogen dat de in beroep ingebrachte medische gegevens geen reden vormen voor een ander oordeel.
6. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 tot en met 5.4 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is, uitgesproken in het openbaar op 8 december 2010.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) M. Mostert.
CVG