ECLI:NL:CRVB:2010:BO6487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag universitair hoofddocent wegens ernstige verstoring arbeidsverhouding
Appellante, sinds 1971 werkzaam als universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam, werd ontslagen wegens ernstige verstoring van de arbeidsverhouding met haar leidinggevenden. Na eerdere samenwerkingsproblemen ontstond opnieuw een impasse toen zij onderwijstaken weigerde en niet wilde communiceren over oplossingen.
De afdelingsvoorzitter deed op 14 mei 2008 een redelijk voorstel om haar functie tot pensionering anders in te vullen, maar appellante ging hier niet op in. Het ontslag per 1 juni 2009 werd verleend op grond van artikel 8:4, eerste lid, van de CAO Nederlandse Universiteiten en na bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank stelde de ontslagvergoeding vast op het minimumniveau van de Werkloosheidsregeling Nederlandse Universiteiten. Appellante voerde aan dat de werkgever een overwegend aandeel had in de situatie, maar de Raad oordeelde dat dit niet aannemelijk was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen reden voor een hogere vergoeding of kostenveroordeling.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wordt bevestigd en de ontslagvergoeding vastgesteld op minimumniveau.