ECLI:NL:CRVB:2010:BO5972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering ondanks schuldenlast en gezondheidsklachten
Appellant ontving sinds november 2005 bijstand en aanvullende uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Het College herzag de bijstand over de periode januari 2006 tot februari 2009 en vorderde een bedrag van € 8.786,25 terug. Appellant maakte bezwaar en stelde dat terugvordering onaanvaardbare financiële en sociale consequenties had vanwege een schuldenlast van bijna € 19.000 en gezondheidsklachten.
De Raad stelde vast dat het geschil zich beperkte tot de vraag of het College wegens dringende redenen van terugvordering had moeten afzien. Appellant onderbouwde zijn lichamelijke en psychische klachten niet met verifieerbare medische gegevens. De Raad oordeelde dat de combinatie van schuldenlast en terugvordering geen onaanvaardbare financiële consequenties opleverde, mede omdat appellant de beslagvrije voet behoudt.
Het College handelde volgens het geldende terugvorderingsbeleid en er waren geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht rechtvaardigden. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandsuitkering en wijst het hoger beroep af.