ECLI:NL:CRVB:2010:BO5342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AOW-pensioen wegens onvoldoende bewijs van Nederlandse arbeidsverleden onder andere naam
Appellant heeft in mei 2007 een AOW-pensioen aangevraagd met de stelling dat hij vanaf 1971 onder de naam van een dorpsgenoot bij verschillende werkgevers in Barneveld heeft gewerkt. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellant na 1 januari 1957 niet verzekerd was voor de AOW. Appellant kon niet voldoende aantonen dat hij daadwerkelijk in Nederland heeft gewoond en gewerkt, mede door het gebruik van een andere naam.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en verwees onder meer naar een werkloosheidsuitkering in de jaren tachtig. Uit nader onderzoek bleek echter dat de vermeende dorpsgenoot in het bevolkingsregister stond ingeschreven, maar er waren geen persoonsgegevens bekend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de bewijsproblemen door het werken onder een andere naam voor rekening van appellant komen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. De Raad vond dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd om de verzekerde tijdvakken aan zichzelf toe te rekenen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag van het AOW-pensioen wordt afgewezen omdat appellant niet voldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk in Nederland heeft gewerkt onder een andere naam.