ECLI:NL:CRVB:2010:BO4717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, een voormalig Z-verpleegkundige, kreeg sinds 1986 een WAO-uitkering wegens rugklachten. Na een herbeoordeling in 2007 en 2008 concludeerden verzekeringsarts en arbeidsdeskundige dat appellante in staat was tot rugsparende werkzaamheden zonder verlies van verdienvermogen. Het UWV trok daarom de uitkering in per 19 november 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij de medische en arbeidskundige onderbouwing werd onderschreven. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege chronische rugklachten niet langdurig kon zitten, en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist waren aangepast. Tevens stelde zij dat zij niet voldeed aan de werkervaring en diploma-eisen voor de voorgestelde functies.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de belastbaarheid niet was overschat. Medische rapporten toonden aan dat de rugafwijkingen reeds lang bekend waren en dat de klachten niet significant waren toegenomen. De functies arbeidsdeskundige, schoolverpleegkundige en telefonist/receptionist werden medisch geschikt geacht, mede vanwege de mogelijkheid om tijdens overleg even te bewegen. Ook werden de diploma- en ervaringseisen als passend beoordeeld.
Gelet op deze overwegingen wees de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag zonder overschrijding van belastbaarheid.