ECLI:NL:CRVB:2010:BO4357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering persoonsgebonden budget huishoudelijke verzorging na verhuizing
Appellant, slechtziend en met gezondheidsproblemen, verhuisde per 1 juli 2007 naar het huis van zijn zus en zwager. Hij vroeg een persoonsgebonden budget (PGB) voor huishoudelijke verzorging aan, maar het College weigerde dit omdat de zwager, zonder beperkingen en met een fulltime baan, de huishoudelijke taken zou verrichten. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de zwager overbelast was, mede vanwege de beperkingen van zijn zus.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant geen bewijs had geleverd van overbelasting van de zwager. In hoger beroep stelde appellant dat hij pas in december 2009 verhuisde naar een aangepaste woning en dat hij kosten had gemaakt voor huishoudelijke hulp. De Raad oordeelde dat het belang van appellant niet was vervallen.
De Raad constateerde dat het College in strijd met het Protocol Gebruikelijke Zorg (PGZ) de zwager niet had gehoord tijdens het indicatieonderzoek en dat een onderzoek naar overbelasting had moeten plaatsvinden. Tevens moet rekening worden gehouden met een evenredige toename van algemene huishoudelijke werkzaamheden door de uitbreiding van de leefeenheid.
Daarom vernietigde de Raad het besluit en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.