ECLI:NL:CRVB:2010:BO3810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling
Appellanten ontvingen bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Gouda verlaagde hun bijstand met 50% voor twee maanden omdat appellante niet voldoende meewerkte aan een arbeidskundig onderzoek. Appellante had zich op 17 april 2007 ziek gemeld bij het UWV, waardoor zij niet deelnam aan het onderzoek. Het College stelde dat sprake was van recidive, maar beperkte later de maatregel tot één maand.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan niet van de afspraak op de hoogte te zijn geweest en dat de uitnodiging niet was meegedeeld. De Raad achtte dit niet aannemelijk, mede omdat appellante zich telefonisch ziek had gemeld vóór het tijdstip van de afspraak en de controleur van Depiro op die dag meerdere keren een huisbezoek probeerde.
De Raad oordeelde dat appellante haar verplichting tot medewerking aan het arbeidskundig onderzoek niet was nagekomen en dat geen sprake was van overmacht of verwijtbaarheid. De opgelegde maatregel was in overeenstemming met de toepasselijke verordening. De Raad zag geen dringende redenen om de verlaging te verminderen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% voor de duur van een maand wegens onvoldoende medewerking aan het arbeidskundig onderzoek wordt bevestigd.