ECLI:NL:CRVB:2010:BO3245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens juiste vaststelling functionele mogelijkheden
Appellant heeft in september 2007 een WIA-uitkering aangevraagd, die door het UWV is geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na bezwaar en een tussentijdse uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarbij het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen vanwege onvoldoende gewaarborgde kwaliteit van het medische onderzoek, heeft het UWV opnieuw de functionele mogelijkheden van appellant beoordeeld. Hierbij is vastgesteld dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en dat de voorgehouden functies geschikt zijn.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard, omdat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om het oordeel van de verzekeringsarts in twijfel te trekken. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het medische onderzoek retrospectief van aard was en daardoor niet zinvol, maar de Raad oordeelt dat een retrospectieve beoordeling wel degelijk zinvol kan zijn.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering. Er is geen sprake van een verlies aan verdienvermogen van ten minste 35%, zodat het beroep ongegrond is. Ook is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens juiste vaststelling van de functionele mogelijkheden en onvoldoende arbeidsongeschiktheid.