ECLI:NL:CRVB:2010:BO2811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en drugshandel
Appellant ontving bijstand vanaf februari 2004 tot januari 2006, welke werd ingetrokken vanwege detentie. Het College stelde vast dat appellant inkomsten uit drugshandel had ontvangen zonder dit te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het College vorderde de bijstandskosten terug, vermeerderd met 15% forfaitaire kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad stelde vast dat de rechtbank niet volledig op het beroep had beslist, met name niet over de terugvordering. In hoger beroep erkende appellant de drugshandel maar stelde dat dit enkel was voor eigen gebruik, waardoor geen inkomsten waren die gemeld hoefden te worden.
De Raad oordeelde dat het handelen in drugs en het ontvangen van inkomsten daarvan de inlichtingenverplichting schond. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. De forfaitaire verhoging werd echter teruggedraaid, zodat alleen de gemaakte kosten van bijstand werden teruggevorderd. De Raad verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond en veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt beperkt tot de gemaakte kosten en de forfaitaire verhoging vervalt.