ECLI:NL:CRVB:2010:BO2673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen Commandantenbrief wegens ontbreken rechtspositioneel belang
Appellante, werkzaam bij de wapentechnische dienst aan boord van een marineschip, maakte bezwaar tegen een Commandantenbrief waarin melding werd gemaakt van een verstoorde arbeidsrelatie en een voorstel tot haar van boord plaatsen. De commandant verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit is en geen directe rechtsgevolgen heeft voor haar rechtspositie.
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat de Commandantenbrief geen besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het bezwaar daarom niet-ontvankelijk was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de brief wel directe gevolgen had, zoals elders tewerkstelling, een inpasbaarheidsonderzoek en annulering van een opleiding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt echter dat een militair ambtenaar slechts beroep kan instellen tegen een feitelijke handeling indien deze direct in zijn rechtspositie wordt getroffen. Uit de toelichting blijkt dat de daadwerkelijke rechtspositionele maatregelen pas na de brief zijn genomen. Daarom is het bezwaar tegen de Commandantenbrief terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de Commandantenbrief is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen directe rechtsgevolgen heeft voor de rechtspositie van appellante.