ECLI:NL:CRVB:2010:BO1725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat College beslissing moet nemen op bijstandsaanvraag van 9 maart 2007
Appellant diende op 9 maart 2007 via zijn advocaat een aanvraag om bijstand in bij het College, via het CWI. Het CWI nam deze aanvraag niet in behandeling en stuurde deze niet door, ondanks een eerdere beslissing van de Raad van bestuur van het CWI dat dit wel had moeten gebeuren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk omdat appellant zich niet persoonlijk bij het CWI had gemeld en er geen volledige aanvraag was ingediend. Appellant maakte hiertegen hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant op 9 maart 2007 wel een onvolledige aanvraag heeft gedaan waarop het College binnen acht weken had moeten beslissen. Het verzuim van het CWI wordt aan het College toegerekend. De Raad vernietigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het bezwaar gegrond, waarbij het College wordt opgedragen alsnog een besluit te nemen op de aanvraag.
Ten aanzien van de periode van 9 maart tot 1 oktober 2007, waarop appellant nog geen bijstand ontving, moet het College de aanspraken vaststellen op basis van door appellant te verstrekken informatie. Het hoger beroep tegen het besluit over de aanvraag van 1 oktober 2007 wordt bevestigd.
De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het College moet alsnog een besluit nemen op de bijstandsaanvraag van 9 maart 2007 en wordt veroordeeld in de proceskosten.