ECLI:NL:CRVB:2010:BO1651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had een Wajong-uitkering aangevraagd die door het UWV werd toegekend met terugwerkende kracht tot 27 maart 2005. Een verzoek tot herziening van dit besluit werd door het UWV afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die rechtvaardigden het oorspronkelijke besluit te herzien. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege schizofrenie niet tijdig een aanvraag kon indienen en overhandigde een brief van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. De Raad oordeelde dat de enkele vermelding van schizofrenie in de huisartsgegevens niet als nieuw feit kon worden aangemerkt, mede omdat deze niet medisch onderbouwd was en reeds rekening was gehouden met psychische klachten bij de oorspronkelijke beoordeling. Ook de brief van de verpleegkundige kon geen gewicht krijgen omdat deze niet beschikbaar was bij het nemen van het bestreden besluit.
De Raad concludeerde dat het UWV bevoegd was de aanvraag af te wijzen op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het herzieningsverzoek blijft in stand.