ECLI:NL:CRVB:2010:BO1573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M. Mostert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant ontving sinds 1991 een WAO-uitkering, laatstelijk op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2007 vond een heronderzoek plaats, waarna het UWV besloot de uitkering te herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en liet een aanvullend medisch onderzoek uitvoeren, waarna het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde en de uitkering verder herzag naar 15-25%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat was aangepast. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onjuist was en dat een deskundige benoemd had moeten worden vanwege een verslechterde gezondheidssituatie.
De Raad stelde vast dat het geschil zich beperkte tot de medische component van de beoordeling, waarbij de arbeidskundige aspecten niet werden betwist. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank, vond geen aanleiding om te twijfelen aan de FML en concludeerde dat het eerdere psychiatrisch rapport niet relevant was voor de latere situatie. Ook zag de Raad geen reden om een deskundige te benoemen.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.