ECLI:NL:CRVB:2010:BO1563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M. Mostert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering, die door het UWV op 29 mei 2006 werd afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en een verzoek tot heroverweging handhaafde het UWV dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat er sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden (nova) die het UWV zouden moeten bewegen het besluit te herzien. Zij verwees daarbij naar medische rapporten en verklaringen die zij had overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze stukken niet als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden kunnen worden aangemerkt zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De medische beoordelingen betreffen een nadere interpretatie van reeds bekende gegevens en bevatten geen relevante nieuwe medische feiten die op 20 maart 2006 betrekking hebben.
Daarom was het UWV bevoegd om het verzoek tot herziening af te wijzen en heeft het niet onredelijk gehandeld. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.