ECLI:NL:CRVB:2010:BO1222
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en uitkeringsaanvraag op grond van Wubo
Appellant diende in oktober 2006 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer volgens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), met het oog op een periodieke uitkering. Hij baseerde zijn aanvraag op gezondheidsklachten die hij toeschreef aan oorlogservaringen, waaronder het meemaken van een granaatbeschieting op het Zeeuwse dorp Eede waarbij zijn moeder overleed en zijn zuster gewond raakte.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag in eerste instantie af vanwege het feit dat appellant de Belgische nationaliteit bezit en in België woont, waardoor hij niet voldeed aan de toen geldende eisen van de Wubo. Na aanwijzingen dat appellant mogelijk ook de Nederlandse nationaliteit bezit, werd de aanvraag opnieuw beoordeeld en wederom afgewezen, nu primair omdat geen sprake was van blijvende invaliditeit als gevolg van oorlogsgeweld. Medische adviezen gaven aan dat de psychische klachten van appellant niet direct voortvloeiden uit de beschieting, maar uit het overlijden van zijn moeder en latere familiale omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd, en vond geen reden om aan de juistheid van de medische adviezen te twijfelen. De Raad bevestigde dat de Wubo alleen ziet op de rechtstreekse gevolgen van oorlogscalamiteiten en dat de gevolgen van het overlijden van de moeder geen zelfstandige grond voor invaliditeit vormen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.