ECLI:NL:CRVB:2010:BO0823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, die sinds 1991 arbeidsongeschikt is wegens psychische klachten, kreeg zijn WAO-uitkering in 2006 ingetrokken omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en beroep stelde het UWV de uitkering per 16 april 2007 vast op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit van het UWV op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berustte. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen niet juist waren vastgesteld, met name vanwege pijnklachten en psychosociale factoren.
De Raad benoemde onafhankelijke psychiaters die appellant onderzochten en het eerdere oordeel bevestigden. De Raad vond het rapport van deze deskundigen volledig en zorgvuldig gemotiveerd en volgde hun oordeel dat appellant beperkt is in belastbaarheid door een combinatie van psychische stoornissen, maar dat de lichamelijke klachten geen somatisch substraat hebben en vooral de duur van het werk beperken.
De Raad achtte de aan de schatting ten grondslag gelegde functies medisch geschikt voor appellant en verwierp het hoger beroep. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee de verlaging van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering per 16 april 2007 wordt bevestigd.