ECLI:NL:CRVB:2010:BO0013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante is in oktober 2005 wegens lichamelijke en depressieve klachten arbeidsongeschikt geraakt. Het UWV heeft op 1 oktober 2007 vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waarna een WIA-uitkering werd geweigerd. Het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, mede op basis van een WSW-indicatie van maart 2009 en rapporten van een bedrijfsarts en psycholoog. De Centrale Raad overwoog dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling zorgvuldig was, waarbij ook de visie van de psychiater die geen depressie met vitale kenmerken constateerde, zwaar woog.
De Raad stelde dat de WSW-indicatie geen doorslaggevende betekenis heeft omdat deze pas na de datum in geschil geldt. Ook slaagde appellante er niet in met objectieve medische gegevens twijfel te zaaien over de eerdere beoordeling. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en oordeelde dat de functies die aan appellante werden toegerekend passend zijn.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.