ECLI:NL:CRVB:2010:BN9976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen terugvordering kinderbijslag en boete
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin werd meegedeeld dat hij geen recht had op kinderbijslag voor zijn kinderen vanaf bepaalde kwartalen en dat een bedrag van €22.914,56 zou worden teruggevorderd, met een boete van €3.403,50 wegens het niet verstrekken van correcte gegevens.
De Svb bood appellant de mogelijkheid om gronden voor bezwaar in te dienen, maar na het uitblijven daarvan verklaarde de Svb het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde dat de brief van 4 augustus 2008 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was, maar slechts een kennisgeving van voornemen, en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring.
Appellant stelde in hoger beroep dat de Svb geen nieuw onderzoek had verricht, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het beroep. De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.