AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging herziening eigen bijdrage zorg met verblijf met terugwerkende kracht
Appellante verbleef vanaf november 2006 tot medio mei 2007 in een verzorgingshuis en daarna in een ander verzorgingshuis. Het Centraal Administratiekantoor (CAK) stelde aanvankelijk een lage eigen bijdrage vast voor zorg met verblijf met ingang van 1 januari 2008, maar wijzigde deze later met terugwerkende kracht naar een hogere eigen bijdrage. Appellante maakte bezwaar tegen deze wijziging, maar dit werd door het CAK ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep stond de vraag centraal of het met terugwerkende kracht vaststellen van de hogere eigen bijdrage rechtens geoorloofd is. De Raad oordeelde dat appellante op grond van de duidelijke informatiebrochure bij het besluit van 7 maart 2008 had kunnen en moeten begrijpen dat de lage eigen bijdrage onjuist was en dat een hogere bijdrage verschuldigd was. De Raad vond dat appellante niet zonder meer mocht uitgaan van de juistheid van de lage bijdrage.
De Raad benadrukte dat het CAK de fout binnen vier maanden heeft hersteld en dat de herziening niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Gezien deze omstandigheden wees de Raad het hoger beroep af en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de eigen bijdrage met terugwerkende kracht en wijst het hoger beroep af.
Uitspraak
09/6748 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 2 december 2009, 09/47, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het Centraal Administratiekantoor (hierna: CAK).
Datum uitspraak: 22 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft drs. P.L.E. Franssen hoger beroep ingesteld.
CAK heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2010. Voor appellante is verschenen mr. E.M.G. Haagmans, advocaat te Heerlen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door haar medewerkster mr. M.A.H. Gatzen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante heeft over de periode van november 2006 tot medio mei 2007 verbleven in Huize [verzorgingshuis A] te [plaatsnaam]. Sinds medio 2007 verblijft zij in verzorgingshuis [naam verzorgingshuis] te [vestigingsplaats].
1.2. Bij besluit van 6 november 2007 heeft CAK de door appellante te betalen eigen bijdrage voor zorg met verblijf in Huize [verzorgingshuis A] ingevolge artikel 14 vanPro het Bijdragebesluit Zorg met ingang van 1 januari 2008 voorlopig vastgesteld op € 238,30 per maand onder de vermelding dat dit een lage eigen bijdrage betreft.
1.3. Bij besluit van 7 maart 2008 heeft CAK de door appellante te betalen eigen bijdrage voor zorg met verblijf in verzorgingshuis [naam verzorgingshuis] met ingang van 1 januari 2008 definitief vastgesteld op € 156,60 per maand wederom onder de vermelding dat dit een lage eigen bijdrage betreft.
1.4. In de brief van 17 juni 2008 heeft CAK aangekondigd dat de eigen bijdrage voor zorg met verblijf van appellante met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2008 wordt gewijzigd. Bij besluit van 5 juli 2008 heeft CAK de eigen bijdrage voor de voornoemde zorg met ingang van 1 januari 2008 gewijzigd en definitief vastgesteld op € 1.195,07 per maand. Hierbij is vermeld dat dit een hoge eigen bijdrage betreft.
1.5. Bij besluit van 15 december 2008 heeft CAK het bezwaar van appellante tegen het besluit van 5 juli 2008 ongegrond verklaard. CAK heeft zich op het standpunt gesteld dat, de eigen bijdrage van € 1.195,07 volgt uit de berekeningsmethode van het Bijdragebesluit Zorg, waarvan CAK niet kan afwijken.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 15 december 2008 ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat voor het verblijf van appellante in Huize [naam verzorgingshuis] op grond van het bepaalde bij en krachtens de AWBZ een eigen bijdrage verschuldigd was. Evenmin is tussen partijen in geschil dat CAK met ingang van 1 januari 2008 de eigen bijdrage ten onrechte heeft vastgesteld ingevolge het bepaalde in artikel 14 vanPro het Bijdragebesluit zorg, de zogenoemde lage eigen bijdrage. In geschil is de vraag of het met terugwerkende kracht (hoger) vaststellen van de eigen bijdrage door CAK rechtens geoorloofd is.
4.2. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld CRvB 30 juli 2008, LJN BD9312), komt aan een bestuursorgaan in beginsel de bevoegdheid toe een gemaakte fout te herstellen, mits het daartoe strekkende besluit niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en ook overigens geen sprake is van strijd met enige geschreven of ongeschreven rechtsregel of enig algemeen rechtsbeginsel.
4.3. De Raad is van oordeel dat het voor appellante - gelet op de duidelijke tekst van de bij het besluit van 7 maart 2008 gevoegde brochure Zorg met Verblijf, informatie over de eigen bijdrage 2008 - duidelijk kon zijn dat de lage bijdrage werd opgelegd, en dat dit onjuist was omdat een hoge eigen bijdrage opgelegd had moeten worden. In de brochure staat vermeld dat na zes maanden verblijf in een zorginstelling de hoge eigen bijdrage dient te worden betaald, met uitzondering van een tweetal onmiskenbaar niet op appellante van toepassing zijnde uitzonderingssituaties. Voorts is in de brochure neergelegd dat de hoge eigen bijdrage maximaal € 1.804,60 per maand bedraagt en afhankelijk is van de hoogte van het inkomen. Nu de ontvangst van de brochure door appellante ter zitting van de Raad door de gemachtigde van appellante is bevestigd, is de Raad van oordeel dat de vaststelling van de lage eigen bijdrage naar aanleiding van de bijgevoegde brochure vragen had moeten oproepen bij appellante omtrent de juistheid van de vastgestelde eigen bijdrage; zij mocht niet zonder meer van de juistheid ervan uitgaan. Dat er ten opzichte van de periode vóór 1 januari 2008 geen wijziging in de fiscale gegevens, de verblijfplaats van appellante en de zorgindicatie heeft plaatsgevonden, kan hieraan niet afdoen. De Raad acht voorts van belang dat CAK de fout binnen vier maanden heeft hersteld.
4.4. Onder deze omstandigheden is de Raad van oordeel dat appellante rekening had kunnen en moeten houden met een wijziging van de op 7 maart 2008 vastgestelde lage eigen bijdrage met ingang van 1 januari 2008. De herziening van de eigen bijdrage met een terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 wordt dan ook niet strijdig geacht met het beginsel van de rechtszekerheid.
4.5. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen slaagt het hoger beroep niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 september 2010.